|
Anders hoeft niet persé beter te zijn. Dus hoeft anders ook niet minder /slechter te zijn. Veel mensen hebben het eigenlijk niet op ‘anders’ staan. Iedereen, nou ja, niet iedereen natuurlijk, houdt van ‘hetzelfde’. Van de staat hoe het nu is. Soms is men wel in voor ‘verbeteringen’, maar deze moeten toch in de lijn van ‘hetzelfde’ liggen. Dat geldt ook, in hoge mate, voor foto’s. Men wil het graag houden bij ‘hoe het nu is’. Het gezegde: alles is al eens gefotografeerd’ wordt daarbij vaak, te vaak, gebruikt om het ‘andere’ niet te hoeven accepteren, want het is er niet.
Natuurlijk wil men wel een foto ‘beter’ maken. D.w.z. technisch ‘beter’ maken d.m.v. betere techniek en/of plaatsen in het vlak etc. Men wil liever geen andere invalshoek. Liever geen andere benadering. Men houdt het het liefst bij het ‘oude en vertrouwde’. Een foto moet scherp zijn, of op z’n minst één scherp punt hebben. Bij zwart/wit fotografie moeten liefst alle ‘kleuren’ zwart tot wit aanwezig zijn. Zo blijft het fotografen wereldje doordraaien en dat al meer dan 100 jaar zonder voor de grote massa, ook maar een merkbare verandering. Ja, er veranderde iets in de techniek. Van glasplaten naar celluloid en nu naar pixels en van een ‘natte’ doka naar een ‘droge’ printer. Dat is het dan ook zowat. Wat is dat eigenlijk jammer. Het kan toch niet zo zijn dat er niet ‘meer’ is? Nee ik bedoel niet persé beter, maar gewoon: eens wat anders?
Juryleden hebben met ‘anders’ grote moeite. Men wil zich niet graag de ‘broek scheuren’. Men durft geen risico te lopen en dus wordt ‘andere’ fotografie maar gauw terzijde gelegd. Het lijkt wel of die prenten heet zijn zo snel verdwijnen ze van de tafel. Dat is eigenlijk onbegrijpelijk, zeker als je je bedenkt dat sommige mensen al meer dan 30 of 40 jaar naar foto’s kijken. Je zou verwachten dat je er dan wel zo’n beetje op uitgekeken raakt. Immers, zoals we geconstateerd hebben, niet veel nieuws onder de zon en ‘alles is al eens gefotografeerd’. Toch? Men bedoelt met dat laatste eigenlijk: ‘alles is al zo gefotografeerd’.
En toch…. komt er die foto welke niet snel in hokje zus of zo geplaatst kan worden…. even twijfel en dan snel… weg. Als een stuk heet ijzer. Men wil ervan af. Terwijl men eigenlijk het ijzer juist moet smeden als het heet is! ( of gaat dat ergens anders over?) Dat gaat zelfs zover dat een serie eigenlijk uit 3 foto’s moet bestaan. Niemand die zich eens afvraagt dat een serie eigenlijk best uit vier foto’s kan bestaan of 6.. waarom niet? Het zou toch alleen de fotograaf moeten zijn die dat bepaalt!
Nee, dus. Een serie moet uit 3 bestaan en de foto’s moeten dezelfde ‘toon’ hebben. Waarom? Nou gewoon daarom. Punt. Dat hoort zo. Of andere onduidelijke beweegredenen. Zo zit de mens in elkaar: bang, afkerig van ‘anders’. Waarom? Omdat ‘anders’ wel eens gevaar kan inhouden. Aardappelen kun je gerust eten, maar een schorpioen??? Nou nee. Dat kan wel eens gevaarlijk zijn. Of, altijd via die weg naar zus of zo… dat is veilig dan kom je er altijd… Toch kan die andere weg zelfs beter zijn, of interessanter, of ook tot nieuwe uitzichten leiden etc..
En toch zijn er mensen in de loop van de geschiedenis geweest die bewust, of soms ook wel onbewust voor ‘anders’ gekozen hebben. Aan die keuze, bewust, onbewust, noodgedwongen of wat dan ook, danken we onze moderne tijd, waarin zeker niet alles ‘beter’ is, maar waar het wel beter toeven is dan ‘vroeger’. In het amateur- en zeker in het professionele fotowereldje is de ‘vooruitgang’ slechts te meten in honderdste van een millimeter. Met het aanbreken van het digitale fototijdperk zou het gebilligd zijn dat men zich zou verlossen van die knellende band van: alles is al eens gefotografeerd. Maar niets is minder waar. Het tegenovergestelde is wel waar. De traditionele manier van fotograferen wordt met armen en benen omklemd, terwijl de mogelijkheden, wat het gemak betreft, met vrachtwagens vol voor het grijpen liggen. Veel wordt dan bij voorbaat geen kans gegeven met de vraag of het dan nog wel om foto’s gaat. Een, natuurlijk, bij voorbaat volkomen zinloze discussie, want waar gaat men de grens leggen? Bij het wijzigen van 10 pixels? Ik bedoel maar. Mag je de niveau’s aanpassen en een beetje met de kleuren schuiven? Ja, ja, want dat kon vroeger ook in de doka is dan vaak het antwoord, de redenering. En zo blijft het fotograferen bij het schieten van plaatjes en komt er weinig terecht van fotografie. Het creëren van een eigen wereldje waarbij de foto gezien kan worden als uitgangspunt om dat ‘andere’ te ontdekken en daar weet van te krijgen.
Jammer toch?
Miel van Montfort |